Stages bij Glana

Het begin van het traject
Kennis maken met een vluchteling op de afdeling
"Mahmoud loopt hier tegen het feit aan dat hij in Syrië op een heel ander niveau functioneerde. Hij moet hier zogezegd helemaal terug in zijn hok. Hij spreekt het niet uit maar hij heeft er duidelijk last van."

Unit manager Susan Laugs en zorgcoördinator Marij Neis zijn oprecht begaan met de Syrische stagiair op hun locatie. Na de individuele selectiegesprekken van de kandidaten met praktijkbegeleider, unitmanager, P&O en een docent van Gilde konden de eerste vluchtelingen hun kennismakingsstage gaan lopen. Susan: “Ik vond Mahmoud meteen een topper. Hij heeft waarschijnlijk meer in zijn mars dan deze opleiding te bieden heeft, maar hij moet bij het begin beginnen".
Susan checkte van tevoren het draagvlak op de beoogde stageafdelingen. “Ik keek vooral naar afdelingen met mensen die het proces mee kunnen en willen dragen. Wat dat betreft zit het bij ons op alle afdelingen wel goed.

Ik weet dat er onder cliënten veel vooroordelen kunnen leven en dat neem ik ook niemand kwalijk. Ik accepteer ieders perceptie maar ik wil graag mijn steentje bijdragen om dat meer neutraal te maken.

Ik praat er met plezier over met mensen. Ik ben blij dat er voor vluchtelingen nu mogelijkheden komen die er vroeger gewoon nog niet waren.

Eeuwig zonde als die met al hun kwaliteiten buiten de boot vallen. Daarnaast is het gewoon een persoonlijke drive dat ik mensen kansen wil geven. Vluchtelingen die iets van hun leven willen maken, moet je die kans natuurlijk niet ontnemen."

“Het valt reuze mee”
Hoe werden de medewerkers op de afdelingen voorbereid? “We hebben het aan de orde gesteld dat hier vluchtelingen stage zouden komen lopen en dat ze toch iets meer dan gemiddeld aandacht moesten hebben.

Zelfs medewerkers die aanvankelijk bedenkingen hadden zeiden al na een paar dagen dat ze hun menig hadden herzien. Het valt me reuze mee, hoorde je dan, wat een prettige collega…”

Open cultuur
Marij Neis: “Het taalniveau moet natuurlijk beter. Je moet je altijd afvragen of ze begrijpen wat je zegt. Meestal antwoorden ze met ja op een vraag, ook al is het vaak nee. Zelf moeten we ook opletten.

Niet te snel spreken, goed articuleren, en dialect is natuurlijk uit den boze. We hebben ter voorbereiding een workshop van het UAF gehad voor zorgcoördinatoren en unit managers.
Dat leverde allerlei inzichten op, maar het belangrijkste wat ik ervan heb meegenomen is het belang van het hebben van een maatje.

Daarom hebben we alle kandidaten ook met z’n tweeën op een afdeling geplaatst. Verder vond ik de workshop wat algemeen, al droeg het zeker bij aan bewustwording en draagvlak. Tijdens de koffiepauzes hebben we het er ook vaker over gehad hoe het bij hen thuis ging vroeger. Wij hebben hier een heel open cultuur, maar hoe was dat bij hen? Hoe ervaren ze het hier?

Het is de bedoeling dat ze gewoon net als iedereen meedraaien, maar natuurlijk houden we wel een beetje rekening met gevoeligheden in het begin. Mannen liet ik met mannen meelopen, om het niet meteen te zwaar te maken; het zijn vaak diepgelovige mensen.

Een vrouwelijke stagiaire van wie ik dacht dat ze wel wat meer begeleiding nodig had, koppelde ik aan een vrouw met het geduld om daar begrip voor op te brengen. In die zin is het wel maatwerk, je probeert de beste match te vinden.”

De match met de bewoners
Hoe matchte het met de bewoners? Marij: "Die zijn al wat ouder en soms minder flexibel, maar ook zij reageerden goed. Soms wat onwennig, de eerste twee, drie keer, daarna is het gewoon: die is anders, maar dat is geen probleem.

We hebben in gesprekjes van tevoren ook duidelijk gemaakt dat het mensen zijn die ook niet zelf gekozen hebben voor een bestaan als vluchteling. En als er dan vooroordelen zijn, moet je er gewoon niet te veel aandacht aan schenken.

Wat de boer niet kent, dat eet hij niet. Moet je dat mensen kwalijk nemen? Als de stagiaire of medewerker dan doet wat je graag hebt, is het klaar. Na een paar dagen was er met niemand meer een probleem."

Drive
Hoe zijn de stagiaires bevallen? Susan: “We staan er nog steeds 500% achter. Ik denk dat we er straks ook een aantal goede medewerkers aan overhouden. Er een enorme drive achter; ze willen zo graag en dat stralen ze uit. Anderzijds zijn ze meestal ook al wat ouder en hebben meer levenservaring, dat scheelt ook.”

Marij vult aan: “Dat is natuurlijk een essentieel verschil. Laten we eerlijk zijn, we zijn het natuurlijk erg goed gewend hier in Nederland. Maar zij ontvluchten een oorlog, hebben alles achter moeten laten en proberen nu hun kansen te grijpen. En ze willen iets terugdoen, iets betekenen voor de maatschappij die hen heeft opgevangen.”

Susan: “We zijn ook bereid om tijd en aandacht te investeren, maar dat doen we eigenlijk voor iedereen, ook voor jeugd die van een hangplek komt. En dat zal op de andere afdelingen niet anders zijn."

 

Share by: